Deelnemers aan de levensloopregeling mogen elk jaar maximaal 12% van hun brutoloon in een ‘levensloop-potje’ stoppen. Met het geld dat zo bij elkaar wordt gespaard kan voor een langere periode verlof worden opgenomen. Bijvoorbeeld om een studie op te pakken, een gezinslid te verzorgen of om eerder te stoppen met werken.
Werkgevers zijn verplicht hun werknemers zo’n regeling aan te bieden. Er bestaat geen verplichting voor de baas om financieel bij te dragen aan de regeling – maar dat mag natuurlijk wel! In dat geval moeten ook de werknemers die niet meedoen aan de regeling eenzelfde voordeel krijgen aangeboden, in de vorm van een loonsverhoging.
Het gespaarde geld kan bijvoorbeeld worden gestort op een levensloop-spaarrekening die op uw naam staat, of worden ondergebracht op een levenslooprekening bij een verzekeraar. Het tegoed mag niet meer zijn dan maximaal 210% van het bruto jaarloon. Van het opgespaarde tegoed kunt u dan, uiteraard in overleg met uw werkgever, een bepaalde periode in vrije tijd opnemen. Iemand die bijvoorbeeld twee jaar 12% van zijn brutoloon spaart kan drie maanden verlof opnemen met doorbetaling van zijn volledige salaris.
Enige variatie hierop is mogelijk. Wie bijvoorbeeld genoegen neemt met 70% van zijn salaris, kan langer met verlof. Zo kunt u het omzetten van het gespaarde geld in vrije tijd aanpassen aan uw wensen.
Als u of misschien wel uw werkgever meer informatie wil hebben over de levensloopregeling dan nodigen wij u van harte uit om
contact met ons op te nemen. Wij kunnen u verder informeren.